Wednesday, 24 February 2010

Grondstoffen supercycli - 1

Grondstoffen supercycli - Deel 1: Aardolie en non-ferro metalen

Voorgeschiedenis en tijdskader

 Het laatste decennium van de twintigste eeuw werd gekenmerkt door een sterke prijserosie van de meeste –zoniet alle‑ grondstoffen. De achterliggende oorzaken waren divers. Ik schets er enkele:
  • De hoge olieprijzen van begin de jaren 1980 had een tot een sterke toename van de exploratie geleid. Deze productiecapaciteit nam geleidelijk toe en de extra productie leidde uiteraard tot een druk op de olieprijzen.
  • De timing van hoge olieprijzen in 1979-1981, gevolgd door afbrokkelende prijzen maar een historische stijging van de dollarkoers tot 1985 heeft in Europa geleid tot het ‘uitsmeren’ van de periode van dure brandstoffen over een langere periode. Daardoor was de impact op het investeringsgedrag van de industrie en de oriëntatie naar meer energie-efficiënte producten hier vroeger aan de orde dan in de VS. De groei werd minder energie-intensief.
  • De sterkst groeiende industrieën van de jaren negentig (telecom, elektronica, pharma) zijn van nature minder energie-intensief en het volume aan vereiste grondstoffen is tegelijk ook lager.
  • Na de omwentelingen in Oost Europa is het productievolume van de zware industrie er snel afgenomen. De verouderde en inefficiënte bedrijven waren op een vrije markt niet competitief meer.
  • De trend naar een diensteneconomie (sterkere tewerkstellingsgroei in dienstensectoren tegenover een afnemende industriële werkgelegenheid) versnelde. Ook dat leidt tot een trager toenemend grondstoffenverbruik.

Olieprijzen
De oliemarkt verschilt in belangrijke mate van de meeste grondstoffen omdat de hele maatschappij olieproducten verbruikt, daar waar non-ferrometalen alleen verwerkende industrieën als rechtstreekse afnemer hebben. Ik vond een gedetailleerde analyse in verband met de evolutie van de olieprijs: zowel de aanbodschokken (n.a.v. politieke strubbelingen of oorlogvoering in het Midden-Oosten, de US energiepolitiek, de evolutie van de vraag en de exploratie-inspanningen passeren de revue. Oil Price History and Analysis: http://www.wtrg.com/prices.htm


Non-ferrometalen: evolutie van prijs en vraag
Het rapport van de Club van Rome had in 1970 voor het eerst wereldwijd duidelijk gemaakt dat natuurlijke hulpbronnen eindig waren en dat ondermeer de mijnbouwproductie geen gelijke tred hield met het toenemend verbruik. Non-ferro prijzen stegen snel tot 1974 maar anders dan voor de olieprijzen kwam er in 1979-80 geen tweede grote prijsschok. Ik gebruik in hetgeen volgt koper als typevoorbeeld . De economische crisis onderdrukte daarentegen de vraag en al snel liepen de voorraden op, wat een periode van prijserosie zou inluiden. De stijgende dollarkoers tot 1985 was een tweesnijdend zwaard: voor de meeste (niet dollar) producenten zouden daardoor de inkomsten stijgen, maar de marktprijzen in USD ontsnapten niet aan de dalende tendens: de koperprijs daalde tot beneden het niveau van begin de jaren 1970. In reële termen (gebruik makend van de GDP deflator) was de gemiddelde koperprijs in 1986 ongeveer 40 % lager dan het gemiddelde van de vorige decennia. De exploratiebudgetten om nieuwe koperafzettingen te localiseren werden wereldwijd teruggeschroefd.
Vanaf eind van de jaren tachtig steeg tegelijk ook de handel in futures (termijncontracten) op courante non-ferro metalen vele malen sneller dan de fysieke markt. Voor industriële grootverbruikers is aankoop op termijn een rationele indekkingsstrategie tegen onvoorziene prijsstijgingen. Producenten kunnen ervoor opteren hun verkoopprijzen door termijnconttracten vast te leggen (hedging) en zich zo in te dekken tegen een eventuele daling van de prijs van hun product.
Los daarvan nam vooral de speculatie een hoge vlucht. Dat dit soms erg verkeerd kan lopen, illustreert het verhaal van Yasuo Hamanaka, ook ‘Mr. Copper’ of ‘Mr. Five Percent’ genoemd. De Japanner was de belangrijkste kopertrader van Sumitomo Corporation die op zijn hoogtepunt 5 % van de wereldvoorraad van koper controleerde. Hamanaka viel van zijn voetstuk toen hij in 1996 een verlies van 1,8 miljard dollar opbiechtte na ongeoorloofde transacties op de Londen Metal Exchange. Enkele maanden later werd pas duidelijk dat het verlies opliep tot 2,6 miljard dollar. Dat verlies had Hamanaka opgebouwd over een periode van meer dan 10 jaar, wat sommigen deed vermoeden dat zijn oversten op de hoogte waren van de transacties. De Japanner vloog voor 8 jaar achter de tralies.
De hoge vlucht van de futures markt had een verhoogde prijsvolatiliteit tot gevolg: tussen 1986 en 1989 verdubbelde de koperprijs. De simultane daling van de USD vlakte voor de niet-dollar producenten het leeuwendeel hiervan uit, zodat de prijsstijging de facto alleen neerkwam op een normalisatie van de markt. De recessie van 1990 onderbrak het herstel even.
De Zaïrese staatsmijnen Gécamines waren na decennia wanbeheer onder Mobutu nog maar een schaduw van zichzelf. De desintegratie van Congo na de Rwandese genocide in 1994 legde de koperproductie volledig stil, wat een tweede herstelrally op gang bracht tot 1996. Door de afwikkeling van het Sumitomo débacle ging het opnieuw bergaf en ditmaal erg diep. De koperprijzen daalden naar het niveau van dertig jaar eerder of in reële termen tot minder dan een derde van het niveau van 1974.
In de schaduw van het einde van de koude oorlog, ging de VS over tot het geleidelijk liquideren van een stock aan ‘strategische materialen’. Dit extra aanbod heeft gezorgd voor een substantiële prijszwakte voor een aantal non-ferro metalen en voor splijtstoffen. Tal van grote producenten schroefden de productie terug, vooral op de sites waar de variabele kosten het hoogst waren. Sommige kleinere producenten gingen bankroet en de mijnsector verloor in die malaise een generatie geschoold en bekwaam personeel. Na enkele jaren van prijzen beneden de gemiddelde productiekost, liep de output van de kopermijnen terug.

Fig 1:    Historsche gemiddelde jaarprijs voor koper van 1952 tot 2006 in dollarcents per pond. De prijs gecorrigeerd met de GDP deflator, rekent die prijzen om naar dollars van 2005. (klikken om te vergroten)
Nota : De gemiddelde jaarlijkse koperprijs over een zeer lange termijn (1952-2006) is beschikbaar op: http://74.125.77.132/search?q=cache:h9-cZzUO-x8J:ratcliffephotos.free.fr/kamoto/Copper%2520stats.xls+%22historical+copper+prices%22&cd=2&hl=fr&ct=clnk&gl=lu%20

De eeuwwende luidde het uiteenspatten van de internetbubble in en de daaropvolgende conjunctuurcrisis was evenmin bevorderlijk voor de al extreem lage grondstoffenprijzen.
Maar spoedig zou een andere rationale het halen. De oostaziatische groeilanden, met China op kop, waren inmiddels hersteld van schuldencrisis van 1998. Zij zouden de nieuwe groeimotor zijn om de fel geplaagde non-ferrosector uit het moeras te slepen.  We waren vanaf eind 2003 getuige van een spectaculaire koperrally die de metaalprijs op drie jaar deed exploderen van $0.77 tot bijna $4 per pond. Van onrendabel werden de kopermijnen op die korte tijd één van de meest winstgevende bedrijven. De snelle prijsstijging lokte meteen ook een nieuwe generatie kopertraders en speculanten naar de markt. Van mei 2006 tot begin september 2008 waren er hoge maar zeer volatiele koperprijzen.

Fig 2:     Spotprijs koper in USD / pond. De recente koperprijzen kunnen geraadpleegd worden op http://www.kitcometals.com/ (Bovenstaande grafiek werd aangevuld met nieuwe data tot Februari 2011 - klikken om te vergroten)
De beurscrisis van oktober 2008 bracht een ongeziene verkoopgolf op gang waarbij de prijzen kelderden tot beneden $1.50 per pond, een niveau dat voor mijnen nog wel winstgevend is, maar dat doet twijfelen over de opportuniteit van exploratie investeringen. Een paar interessante columns over de ineenstorting en het herstel van de koperprijs vind je bij “Zeal” (http://www.zealllc.com/): Base Metal Stocks, (Scott Wright, 2/10/09), Copper Panic and Recovery (Adam Hamilton 25/09/09) en onlangs ‘Copper Correction’ (8/01/10) waar de recente correctie voorspeld werd. Het feit dat de koperprijzen een sterk jaar achter de rug hebben tot begin 2010 is des te merkwaardiger aangezien de kopervoorraden tegelijk zijn opgelopen.

Wat volgt: Grondstoffen supercycli - 2: Edelmetalen
- Het einde van de goudstandaard
- Goudprijsmanipulatie
- Aanbodrespons van de mijnsector

No comments:

Post a Comment